Tijdens elke reis kom je hem tegen, de grootste klier van het dorp. Als je uitstapt na een lange busreis staat hij al op je te wachten, joviale taal uitslaand. Als je per ongeluk iets aardigs terugzegt, ben je de klos. Rustig rondkijken kun je dan wel vergeten.
In 'Bois d'Ebène' in Bobo waar we op een concert zaten te wachten, kwam hij aan onze tafel zitten. Ietwat stuurs ging ik een tafeltje verderop zitten, terwijl Martijn hem beleefd te woord stond.
Een dag later kwam dezelfde vent ongevraagd bij ons zitten in de tuin van het Institut Français. Aan Martijn stelde hij voor mij te laten betalen voor de telefoonnummers van de danseressen naar wie ik bij dat concert met plezier had zitten kijken. Ik zei dat ik daar geen behoefte aan had. Hij schrok ervan mij überhaupt te horen praten en verdween.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten