dinsdag 17 maart 2015

Thuisreis

Martijn stond gisteren op me te wachten op Schiphol. Onverwacht en ontroerend, maar ik was er alleen niet. Ik had in Brussel mijn aansluitende vlucht gemist en in plaats van het Lufthansa-alternatief af te wachten, had ik een treinkaartje gekocht.

Het gebaar van Martijn was er niet minder om.

Vandaag vroeg iemand: "Als je er dan niet voor de architectuur, het lekkere eten of de fraaie landschappen heengaat, wat blijft er dan eigenlijk over?" De mensen, de cultuur en de muziek.

Dit was mijn beste West-Afrikareis. En die andere waren al zo goed.

zondag 15 maart 2015

Abidjan

Het ergert me dat ik me op het vliegveld van Abidjan heb laten afzetten met geld wisselen. Niet vanwege die paar tientjes, maar omdat ik zo stom kon zijn.

'Détente Hotel' is een soort oase in hectisch Abidjan. De architect heeft mooi gebruikgemaakt van het niveauverschil, de mensen zijn echt aardig en de kokkin kan koken. Bij de ingang staat dag en nacht een bewapende beveiligingsman en op de muren om het gebouw is prikkeldraad aangebracht dat onder flink wat stroom staat. "Abidjan gevaarlijk? Nee hoor," lacht de chauffeur van het hotel.

Abidjan heeft een bedenkelijke reputatie, maar onveilig heb ik me er nooit gevoeld. Mijn broer Fons, die ik vrijdagochtend van het vliegveld heb opgehaald, ook niet. Hij heeft eerst een paar werkbesprekingen en daarna hebben we tot en met zondag om rond te kijken in Abidjan en in het naburige Grand-Bassam. Daar wordt het strand tenminste niet over de hele lengte en breedte gebruikt als vuilstortplaats.

Rijdend door Abidjan kom je ogen tekort. Een goede plek om de onwaarschijnlijke skyline in je op te nemen, is 'Le Débarcadère', tussen de twee bruggen die leiden naar Le Plateau, het centrum. Je kunt er ook heerlijk eten, salade met kippenlevertjes en ciderdressing bijvoorbeeld.

We hebben ons laatste maal in ons hotel genoten. Aanstonds vertrekken we naar het vliegveld. Fons vliegt met Air France, ik met Lufthansa.

Morgen zijn we thuis.

woensdag 11 maart 2015

Ivoorkust

Morgen ga ik naar Ivoorkust, voor het eerst in mijn leven. Van bijna alle landen waar ik voor het eerst binnenstapte, herinner ik me het bijbehorende speciale gevoel.

Vreemd eigenlijk, dat mensen zich voegen naar hun grenzen op de wereldbol. Met wisselingen van de wacht, stempels en volksliederen. En dat de bezoeker daardoor gefascineerd is.

Ik 'spaar' geen landen. Je hebt mensen die dat wel doen. "China hebben we al gedaan", heb ik weleens iemand horen zeggen. Anderen sparen vlinders, postzegels of bedgenoten. Zelf ben ik opgehouden met postzegels sparen toen ik merkte dat de wereld leukere dingen voor me in petto had.

Ik heb niets tegen verzamelaars. Maar mensen die verrukt ergens een vinkje zetten als ze weer een bijzonder vogeltje hebben gezien, begrijp ik slechts met moeite.

Een vergissing zonder grote gevolgen

Tema was een bestemming die ik op goed geluk had uitgekozen. Ik wilde weg uit Accra en veel meer houvast dan mijn landkaart had ik niet.

Alle highlights aan de kust ten westen van de hoofdstad had ik vorig jaar al bezocht - dan wel doelbewust niet bezocht - dus ik keek welke plaatsen ten oosten van Accra op de kaart stonden. Ik zag 'Tema' staan, redelijk dichtbij en gewoon een rood rondje, niet zo'n gele vlek als Accra of Kumasi. Bovendien stond er een gezellig ankertje bij.

In de minibus erheen maakte ik kennis met Steve, die me naar een uitermate sympathiek hotelletje begeleidde. Nog steeds had ik niet in de gaten dat ik van de ene miljoenenstad in de andere terecht was gekomen. Zittend in een taxi naar de vissershaven had ik visioenen van zo'n romantisch Grieks haventje.

De haven was enorm en de vele visserboten die er lagen ook. Zomaar een beetje rondslenteren zou niet zonder slag of stoot gaan, vermoedde ik bij de aanblik van een heleboel streng kijkende mensen in uniform. En inderdaad, ik moest een reflecterend hesje kopen, m'n paspoort laten zien, uitgebreid uitleggen wat ik nou precies kwam doen en beloven dat ik niet te lang weg zou blijven. En foto's maken was ook niet de bedoeling.

Later begreep ik dat hier ook nog rudimenten van marine aanwezig waren. En dat hier bovendien regelmatig scheepsladingen Chinezen aan land gaan. Vandaar waarschijnlijk dat zenuwachtige geüniformeerde gedoe.

Verder rijdend zag ik ook de omvang van de overslaghaven. Containers zover je kon kijken, raffinaderijen, vrachtschepen - het was van een imponerende uitgestrektheid.

Michael, mijn taxichauffeur, bracht ons naar een strandtent een paar kilometer verderop, waar we een biertje dronken.

maandag 9 maart 2015

Eten

Zei ik nou vorig jaar dat het eten in Burkina beter was dan in Ghana? Met een zelfverzonnen theorie over de Franse culinaire nalatenschap erachteraan, waarschijnlijk. Maar helaas, elk stuk kip dat ik dit jaar in Burkina in m'n mond stak, was taai. En elke vis smaakte naar modder. Kom je in Zaka, Ouaga, beperk je dan tot de spinazieschotels en de verse doperwten met spek. Het dure restaurant 'L'Eau Vive' viel twee keer echt tegen.

Ghana is gastronomisch natuurlijk geen België of Frankrijk, maar dit keer was het een aangename verrassing vergeleken bij vorig jaar. Toen heb ik eigenlijk alleen in 'Monsoon' in Accra zitten smullen.

'Vic Baboo's' in Kumasi een bizarre plek om te eten. Het eten zelf wordt standaard geserveerd in meeneemverpakking, hoewel overal stoelen en tafels staan. Het is binnen te houden, maar dat doet er eigenlijk niet zoveel toe. Vanuit een tweede verdieping met discoverlichting kijk je vol ongeloof naar het straatleven beneden.

'Green Ranche' bij Lake Bosomtwe heeft een goede kok, Maggi. Alleen mishandelt ze de paddestoelen. Hotel 'Accra Central View' heeft een geweldige keuken, ook met een vrouwelijke chef. En restaurant 'Paloma' bij het gelijknamige hotel is heel goed. Althans, dat was de 'spicy chicken' met rijst die ik er at.

Reisongemakken

Deze post gaat over bedorven eten, dus je kunt nu nog ophouden met lezen. Het was niettemin een intense ervaring, vandaar.

In Tougan had ik de dag voor ons vertrek naar Bobo een nogal onverstandige salade gegeten, hoogmoedig vertrouwend op mijn sterk gestel. Toen ik de andere dag opstond, was ik behoorlijk misselijk. Met de grootste moeite slaagde ik erin niet over te geven.

De bus was niet gerieflijk en overvol. Ik was al blij met mijn zitplaats bij het raam, kotszak bij de hand. Gaandeweg de ruim vijf uur durende reis verplaatste de lading ondeugdelijk voedsel zich van mijn maag naar mijn darmen. Het voordeel was dat mijn misselijkheid verdween. Het nadeel laat zich raden.

Ik hield mezelf voor dat de geest sterker kon zijn dan het lichaam. Ontspannen naar buiten kijken was er daardoor niet bij.

In Bobo troffen we een taxichauffeur die zeer traag van begrip was. Als ik "links" zei, ging hij rechtdoor en omgekeerd. De naam van het hotel waar ik vorig jaar verbleven had, was me ontschoten, wat ik hem vier keer moest uitleggen. Uiteindelijk stopte hij bij een uitspanning. Het leek me een soort hotel. Ik rende de taxi uit, bestelde een kamer en liet het afrekenen en de bagage over aan Martijn.

Ik haastte me naar het toilet, bereid om iedereen die me daarbij in de weg zou staan ruw omver te stoten. Het had werkelijk geen seconde langer moeten duren.

zondag 8 maart 2015

Accra

Nadat ik Martijn gisteren naar het vliegveld had gebracht, kreeg ik een sms'je van Sara. Of ik zin had in een gezellige avond in de 'Republic Bar', een 'trendy' etablissement in de wijk Osu. Daar zat ik even later, samen met haar vriend Julien en de twee Duitse vrouwen die we kenden van de 'Green Ranch'. Een onverwacht, spoedig en plezierig weerzien.

Zojuist heb ik uitstekend ontbeten in 'Paloma', een hotel vlakbij het mijne maar drie keer zo duur. De rest van de dag ga ik ergens aan zee zitten. Met een boek.